Essay | Tragedie en Contrast
Laatst gewijzigd op 14-9-2026
Inleiding
In mijn kunst ben ik bezig met het zoeken naar een soort waarheid, op dezelfde manier als de schrijver of de muzikant. Eenmaal in het bezit van zo’n fractie van de Waarheid met hoofdletter W, is mijn missie dat te vertalen naar een beeld met de hoop dat het resoneert met toeschouwers. Daartoe heeft mijn pad naar het onderwerp van de tragedie geleid. Ik wil eerst de context schetsen waarin ik de tragedie in mijn werk wil plaatsen.
Het doel van deze tekst is tweevoudig, namelijk het uitkristalliseren van mijn artistieke intentie, en als inspiratiebron voor andere kunstenaars.
Contrast
In de schilderkunst bevindt zich op het meest basale niveau al een tegenpool, namelijk het licht-donker contrast. Het licht en donker krijgen alleen vorm bij gratie en aan de hand van hun tegenpool. Hoewel ik de diepte in kan gaan met hoe dat principe toepasbaar is op allerlei zaken, zit er nog een tweede aspect aan de uitersten van de lichtste en donkerste kleuren in een bepaald schilderij.
Dat aspect is de implicatie dat de rest van alle kleuren van het schilderij er tussenin zitten. Het lichtste en het donkerste in het beeld bakenen als het ware het kleurenpalet af. De complexiteit van de kleuren ontstaat als gevolg van de overbrugging tussen het lichtste en het donkerste. Als die overbrugging kundig tot stand gebracht wordt, volgt de sensatie van ruimte en driedimensionaliteit. Dus, de bekwame schilder is eigenlijk altijd bezig met, op diens eigen manier, om een harmonie te creëren binnen die complexiteit die ontstaat tussen licht en donker. Natuurlijk zijn er ook andere visuele uitersten mogelijk, die andere balansen vormen, zoals grauwe kleuren en heldere kleuren, warme en koele kleuren etc.
Tegenpool en paradox
Die gegevens kunnen nuttig zijn bij het behandelen van een onderwerp. Door een bepaald onderwerp of thematiek te contrasteren met een ander, wordt er een spanningsveld gecreëerd voor de toeschouwer. Dit spanningsveld en de nuances daarvan kunnen eigenlijk behoorlijk open worden gelaten voor interpretatie; de kunst zit hem dan niet in het voorkauwen van die nuances, maar in het zo kiezen van de twee polen van het spanningsveld dat de beleving van het kunstwerk in een bepaalde richting gestuurd wordt met genoeg ruimte voor eigen invulling.
Om een het spanningsveld zo groot mogelijk te maken, en dus de mogelijke diepgang van betekenis zo groot mogelijk te krijgen, zou een onderwerp met zijn absolute tegenpool in verband moeten worden gebracht. Nu is het vinden van zo’n absoluut contrast niet per se voordehandliggend omdat een onderwerp meerdere assen heeft waarover je het kan spiegelen. Neem het onderwerp van “man”. Als je dit contrasteerd met “vrouw”, ontstaat al heel gauw een spanningsveld op het gebied van sekse. Hierbinnen bevinden zich bijvoorbeeld (traditionele) romantische verhalen, maar ook misschien die van ongelijkheid en emancipatie. Kortom, het hele tussenspel tussen de twee concepten ligt meteen voor het oprapen.
Als je “man” contrasteert met “kind”, zit je meteen helemaal niet meer in het veld van geslacht maar stuur je natuurlijk veel sterker af op thema’s als opgroeien, waar de man staat voor volwassenheid en het kind voor jeugd. Hun betekenis wordt anders aan de hand van de ander.
De paradox als kunst onderwerp is binnen deze context interessant; het is één onderwerp, dat twee tegenstrijdigheden bevat. Dus, om het eerder genoemde spanningsveld van jeugd en volwassenheid te vatten in een paradox, zul je ze moeten combineren.
Zo’n paradox is subtiel gedaan door Jozef Israëls, Kinderen der Zee: hun toekomstige (zware) volwassenheid wordt geïmpliceerd door de attributen aanwezig in het schilderij (1). Hij kiest als basis van zijn tegenpool en als hoofdonderwerp de jeugd, in de vorm van de kinderen. Maar hij plaatst geen expliciet beeld van een volwassene hiernaast - deze is verborgen in de interactie van de kinderen met elkaar. Beide tegenpolen heeft hij wel meer uitgediept dan slechts één term; bij hem is het te omschrijven als “arme kinderen - zwaar (volwassen) leven”. Verder wordt niets gezegd, de kijker kan hier zijn eigen ervaringen in plaatsen en zo wordt het een betekenisvolle voorstelling.
Waarom tragedie
Tragedie was al door de Grieken geïdentificeerd als een van de hoofdvormen van de menselijke ervaring. Het stelt kunstenaars in staat om de moeilijke momenten in een mensenleven te beschrijven en zo een soort totem te creëren, een magisch voorwerp dat zich kan innestelen in de geest van een individu, of zelfs vorm kan geven aan hele culturen. Het Christelijk verhaal is een goed voorbeeld van zo’n situatie waarin een extreem pijnlijke ervaring, de kruisiging, zo wordt gecontrasteerd met het andere uiterste, namelijk de de redding van de mensheid. Er zijn bijna geen extremere concepten te verzinnen - en door ze naast elkaar op te zetten wordt aan het publiek verteld dat het ene niet zonder het andere bestaat. Dat is een ontzettend bittere pil maar het is op een bepaalde manier ook een bevrijdende gedachte: Het feit dat er leed bestaat zorgt ook meteen dat het leven (door de lens van de mens gezien) zinvol is. En daarbij, dat het streven naar het “goede” de moeite waard is, ondanks dat dit een onmogelijke opgave is. In dat streven vind men, en de kunstenaar, de kleur en diepgang van het bestaan.
Wat ikzelf als kunstenaar in mijn werk wil bereiken, is door behulp van tegenstellingen in het onderwerp de inherente tragiek van het mens-zijn te vangen. Lees mij niet verkeerd: ik wil absoluut niet zeggen dat het bestaan in het algemeen per definitie tragisch is.
Sterker nog, door bij een tragische voorstelling een kanttekening te bieden die eigenlijk de inhoud niet per se tragisch of droevig is, maar juist het positieve binnen die tragiek benadrukt. Deze lens is ook goed om te draaien: door een komisch tafereel een subversieve, tragische noot mee te geven. In beide gevallen kom je dichter bij menselijke waarheden dan door slechts één aspect te benadrukken.
Maar dat neemt niet weg dat onze biologische beperking als mens van vlees en bloed altijd verdriet met zich meebrengt; immers gaan we allemaal ooit dood, worden ziek of verliezen een dierbare. De tastbare pijn die daarbij komt kijken is niet iets voor deze tekst, en in de context van de echte wereld is dit dan ook niemand toe te wensen. Maar in de context van kunst kan dat leed op zijn minst getransformeerd worden tot iets waar mensen zich mee kunnen associëren. Immers zijn we daarin allemaal verbonden en kunnen we elkaar in dat leed opzoeken als gelijken.
Nawoord
Hoewel het misschien een behoorlijke afstand was van waar deze korte tekst begon en eindigde, hoop ik dat ik het onderwerp in zijn veelzijdigheid in ieder geval voor sommigen wat interessanter heb gemaakt. Het is niet mijn bedoeling om een rigide handleiding te zijn voor anderen en een ‘zo hoort het’-toontje aan te slaan. Met het uitschrijven wilde ik mijn eigen gedachten over kunst en waar ik zelf naar op zoek ben in kunst tastbaar maken. Door het te publiceren wil ik anderen uitnodigen om erover te mediteren of dialoog aan te gaan.
Het is niet echt te noemen als bron, maar voor ik zou mensen willen wijzen naar de werken van Dostojevski, met name ‘De Broers Karamazov’ als zij willen zien hoe een meester omgaat met de tragiek en de betekenis die hij eraan geeft.
Bronnen en inspiratie
(1) Rijksmuseum website - https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-2382