Kunstenaar en tijdsgeest
Laatst gewijzigd op 14-9-2026
Ik ben te laat met het schrijven van deze tekst. Veel welgevormde gedachten over hoe de kunstenaar zich moet verhouden tot de tijd waarin deze leeft zijn na een kort verblijf in mijn bewustzijn weer met de Noorderzon vertrokken. Helaas voor jou, beste lezer. Toch ben ik verstandig genoeg geweest om silhouetten van de spookachtige gedachtenstroom vast te leggen op papier; hopelijk voldoende om te boeien.
Dat brengt mij naar de veelzijdigheid van wat ik over het onderwerp denk, mijn gedachten over de valkuil van kunst maken in de tegenwoordige tijd en wat de opdracht van de kunstenaar is ten opzichte van diens eigen culturele identiteit. Ik ben bang dat ik geen wetenschap ga bedrijven in de regels die komen gaan. Enfin, dan was ik wel wetenschapper geworden.
In een meer poëtische bui schreef ik het volgende:
“De kunstenaar moet zich niet laten vangen door de beperking contemporaine ideeën. Het links-rechts denken dat de mediaconsumptie van de moderne mens zo doorspekt schetst slechts één slagveld van ontelbaar vele. Het vergt een bijzondere arrogantie om te denken dat wat zich hier in het welvarende Westen zich afspeelt, het enige is dat belangrijk is.
[...]
Het is moeilijk om grensoverstijgende kunst te maken. Daarom zijn er zo weinig die erin slagen. Maar het is mogelijk; het zit hem in de inverse, de eeuwige paradox. Keer in jezelf, en haal gretig de parels van je geest naar boven. Toon ze aan de buitenwereld met alle gevolgen van dien. Slijp slijp slijp jezelf! Geef ze het enige wat je écht te bieden hebt.”
Heerlijk om jezelf te citeren zonder consequenties. Maar voor de schrijfoefening die je nu leest fungeert het als een goed startblok. Ik wil niet zeggen dat je je niet moet bezighouden met contemporaine ideeën of stromingen, maar dat je jezelf er niet door moet laten vangen. Het links-rechts denken is hiervan een voorbeeld: ja, de links-rechts-as is een valide interpretatie van, in dit geval, de maatschappij als afgeleide van de werkelijkheid. Maar als dit de enige bril is waarop een kunstenaar de wereld ziet, wordt diens kunst al snel propaganda. Het hele probleem van de werkelijkheid is dat deze zich niet in zijn geheel laat vangen. Zaken die langs de ene as volkomen logisch zijn, creëren langs een andere as juist een uitzonderlijke absurditeit.
Uitspraken als “alles is politiek” zijn daarom zo’n dolksteek voor alle kunstenaars die hun werk boven het politieke slagveld willen plaatsen. Het trekt mensen die willen vliegen weer naar de grond, vaak zelfs gemotiveerd door afgunst. Daarnaast is deze zienswijze genest in het hier-en-nu, en dat bedoel ik niet als compliment. De trendy links-rechts zienswijze is impliciet geworteld in het idee dat wat er op dit moment in de Westerse wereld gebeurt het belangrijkste in de geschiedenis is. En dit is nou juist wáárom zovelen in die valkuil trappen: het is zoet als honing, geeft betekenis aan iemands bestaan en geeft matige kunstenaars revolutionaire pretenties. Kortom, uiterst verleidelijk maar laten we eerlijk zijn: het is een ontologisch pierenbadje.
Maar, zoals met de meeste verleidingen loont het om deze te weerstaan. Want hoewel sommige zienswijzen je bewieroken met sociaal kapitaal, identiteit en ego spreken wijsgeren juist dat de vernietiging van deze laatsten ons dichterbij de Waarheid te brengen. En de kunst berust op waarheid, het is een uiting daarvan. Daarom is het zo belangrijk om je dus niet vast te bijten op voorgekauwde denkwijzen maar deze in jezelf te bestrijden! Ook de denkbeelden die comfort en zekerheid geven over jezelf dienen bevraagd te worden. Het offeren van je psychische constellaties onthult nieuwe - deze stellen je in staat om nieuwe kunst te maken.
Waar dit geraaskal weer het waarneembare betreedt is dat kunst die zonder pretenties van het ego van de kunstenaar wordt gemaakt vaak verder rijkt dan dat de kunstenaar had kunnen denken. Zelfs daar, in het maakproces zelf, moet de kunstenaar niet nadenken, maar handelen op intuïtie. De intuïtie, het gevoel dat een werk gemaakt kan (of moet!) worden en het accepteren van de uitkomst daarvan. Precies daar, op dat moment, kan de kunstenaar ontsnappen aan de zeitgeist. En daar komt de paradox weer: door het niet willen maken van “grote kunst”, maar door liefde voor de kunst, het ambacht, het bestaan zelfs al zou het lelijk zijn, ontstaat er de ruimte die nodig is om te werken in de eeuwigheid.
Om af te sluiten, nog een sigaar uit eigen doos:
“Onze vriend, Vincent van Gogh, was er zo een. Ik denk dat zijn werk, op zielekracht alleen, meer grootkapitalisten, gierigaards, oliebaronnen en zeehondenknuppelaars heeft voorkomen dan menig expliciet activist-kunstenaar. Dat, omdat de schoonheid die hij oprakelt uit zijn getormenteerde geest, iedereen aanspreekt. En naast hem nog velen: elke kunstenaar die mensen weer in lijn kan brengen met de Wereld.
Enig cynisme hierin is te verwachten: kunst, elitaire oefening pur sang, wordt keer op keer gekaapt door rijke cultuurbarbaren die het liever als appeltje voor de dorst in een loods in Zwitserland stallen om hun centen te beschermen dan het te laten spreken voor een publiek. Enfin, ja - er zijn tallozen onoprechte mensen in de wereld, gedoemd tot een cynisch bestaan en in de ban van een of andere demoon.
Maar daarom moeten we kunst maken die mensen met capaciteit tot ontroering aanspreekt - de oprechtheid opduiken vanuit het stof en excrement van de maatschappij. Dan treed je in een traditie die teruggaat naar de mistige oorsprong van de mensheid.”